is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij is zoo vreemd; zijn woord en daad Schijnt meest ons onverklaarbaar.

Toch lijkt hij mij wel goed.

Elfdal.

Hm, goed en goed! Ik begrijp hem niet

Er wordt dan ook gefluisterd ...

Zelfs onder 't volk, dat hem bemint,

Zijn er die wel gelooven dat zijn verstand...

Je weet wel wat ik zeggen wil...

En dan dat Meispel, nu de herfst

Te komen staat...

zij lachen.

Rufus.

Toch valt er niet met hem te spotten,

Alles gelukt hem, het volk is zeer tevreden En hij is wèl de lieveling Van zijnen ouden vader.

Unia.

Ja, ja, mijn denkbeeld is nog niet zoo kwaad,

Ik zal mijn peerd Raaf maar Duive noemen,

Zoo zal hij mij misschien zijn vriendschap geven.

Elfdal.

Bij Wodan, zijn broeder ware mij een beter Koning.

Radboud in donkergroenen talaar, met blauwe hozen, komt op en blijft, van de anderen onbemerkt staan luisteren.

Met hem had ik reeds lang

Geslagen en geknecht die trotsche Franken.