is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof ook niet dat hij zich nog bekommert... 't Is mogelijk zelfs dat hij verlangt bevrijd te worden Van zijn oud leven hier op aard...

Mara komt op in een watergroen zijden gewaad, met veel goud en fluweel, en zachtblauwe muiltjes.

Zie, als een Godin komt daar Mevrouw;

Hoe lachen tooverig haar groene oogen;

Knielt allen neer om haar te dienen,..

Zoo dient zij ons...

Allen knielen glimlachend.

Mara.

Sta op Heeren; kniel slechts voor Godfried,

Uw Koning en Uw Heer...

Mij, arme vrouw, betaamt de kemenade, 't spinwiel

En 't andere werk der huizige vrouwen;

Het reiken van den krans den overwinnaar in 't fel tournooi,

Is nog ons eêlste amt;

Al de grootheid is voor mannen.

Rufus.

Is U niet machtig in hoog Weten,

Dat U leerde de liefde der oude goden?

Mara.

Rufus, zwijg daarvan; wat baat U mijne kunst,

Nu Godefried regeert en met hem poëzie

En andere zoete beuzelingen!

Wat baat U mijn verstand, nu men kerken bouwt,

Zijn tijd verbidt en néérhurkt in de duisternis van eigen ziel,

Als vogelstruis, die zijnen kop diep steekt in 't zand?

Wat baat U mijn verstand, nu men mijn boek