is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verboden heeft, mijn vindingen gelogen heeten

Door den priester en zijn vast onwrikbaar sterk geloof,

Dat zeker is te hebben de eenige eeuwige waarheid,

Gegrepen in een onverbreekbaar dogma,

Dat mijn Koning en de uwe ons opdrong,

Na verjaging van de oude goden, stoere kracht en koel

Untembren vrijheidszin en oorlog, [verstand,

En rijken buit van platgebrande steden.

Niet dat ik Godefried's bestuur wil laken;

Versta mij wel; ik zeg alléén:

Wat baat u mijne kunst!

Zwijg dus daarvan, 't geeft mij noodeloos verdriet, En zooals 't is, is 't goed en Godfried is de Koning.

Radboud.

Gewis, zoo is 't goed!

Lang leve Godefried.

Unia,

Lang leve Mara. buigend.

Radboud,

buigend.

Staatsbelang roept mij ten hove;

Zoo ga ik, Vrouwe, met Uw verlof

Mijne heeren, ik wenschte een oogenblik

Met u dit aangenaam gesprek nog voort te zetten.

Gelieve mij te volgen naar mijn slaapvertrek.

Zij buigen voor Mara.

Dan gaan zij. Stilte.

Mara,

in gedachten verzonken.

O, Liefde, hoe luttel is uw duur!