Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In hartstocht diep-verlangenden

Naar Groote Liefde;

Hoe mooi is toch uw arbeid, dat telkens

Ik er weer aan denken moet en in mezelven

Zalig naproef de heerlijkheid ervan.

De hooge schoonheid van de vormen, kleuren, klanken;

Van heel dien wonder-harmonieuzen bouw,

Zij danst in mij,

Als 't rhythmische beweeg van glanzende engelkoren.... En vraagt gij mij geen prijs?

Lucas.

De kunstenaar heeft in zijn hart een voorbeeld,

Waarnaar, bewust of onbewust, hij werken moet.

Hoe grooter zijne liefde, hoe klaarder ook het voorbeeld,

Hoe schooner ook 't werk. Maar dit is slechts

Een spiegeling van innerlijk gewerk

En zonder waarde ons.

Alma.

De belooning, Heer, is de Schoonheid zelve;

Kunst is de weg van mensch naar God;

Ons zeiven hebben wij den prijs gemaakt;

Een Ziel heeft ónze kerk.

Radboud.

Me dunkt een dag als deze zelfs,

Moet wel in slaap vallen bij 't hooren

Van zulk ernstige gesprekken.

Koning Godfried, wekken geen plichten dringender

Dan kunst, Uw koninklijke droomerijen?

Godfried.

Radboud!

Het volk mompelt.

Sluiten