Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Galama.

Sire, U brengen de edlen hulde.

Zij danken U voor Uwe liefde.

Sire, 't land is krachtig, d'adel rijk.

Zijn de Friezen niet een oer-vrij volk?

Hoe is 't Koning, dat gij nu den vijand

Van dezen ouden stam, neerdrukken laat ons sterk zwaard

Met zijn gehaten pantservuist?

Hoe is 't Godefried,

Dat ieder jaar opnieuw ons 't foeilijk schouwspel brengt

Der franksche trotsaards eischend in hoon de schatting?

Koning, in vlammen slaat 't bloed mij naar de wangen

En mijn stoere hand grijpt naar 't zwaard

Dat niet wfl slaaf zijn om een laffe vrede.

Vergeef mij Koning, maar mij is 't te erg; en ook de adel

Wacht Uw wenk om de Franken te verjagen tot in

Hun zuidelijke sloten over den Rijn.

Hoe kunt gij nu met ijdel spel de Meimaand vieren

Nu Winter komt en dreigt ons land in ijzren band te slaan?

Te wapen, Koning, op, bevrijdt Uw vrije Friezen.

Geen spel, geen feest! Maar oorlog! Oorlog!

De Edelen.

Oorlog! Oorlog!

Godfried.

Vrede, vrede, menschen.

Siwarda.

Oorlog! oorlog, Koning!

De breede zee van ouds hoorde aan de Friezen!

Onze roode schepen, fel als draken, dwongen

Sluiten