is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hevige golven hen te dragen.

De wind moest voeren hen, waar de stuurman wilde.

Met rijken buit, méér roof dan koop,

Viel vloot op vloot de haven binnen en streek de zeilen.

En nu, o Koning! Komen niet de Noren onder onze poorten;

Stroopen ze niet de landen, plundren ze niet de stinsen;

Ontvoeren ze ons niet de vrouwen zoo blond

En onze jonge zonen, de erven onzer zwaarden?

Geen vrede, Koning: Oorlog, oorlog!

En vrijheid aan de Friezen.

De Edelen en een deel van 't Volk.

Oorlog, oorlog.

Ausonius.

Bij der Hertogen wensch voeg ik den mijnen.

Onze noordelijke buren leven ergerlijk in heidendom. Aan U, gij Christenkoning, de taak, verheven,

Ze te bekeeren.

De Eerste Koopman.

Ook de welvaart van 't volk, o Koning, winnen zou die Bij een gelukkiglijk voleinden krijg.

Godfried.

Vrede, vrede, menschen; wat wil-je nog....

Radboud.

Op! Op! Godfried ontwaak!

Waar is Uw koninklijk verstand?

Zijt gij niet Koning van dit volk?

Vergat je de belofte die je 't eenmaal deed?

Op, Godfried, trek 't zwaard en beuzel niet!