is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan gij kunt tot u nemen. Nu is 't genoeg.

Nu is 't gedaan! En gij wilt verder voortgaan.

Oorlog? Maar zonder mij! Ik ga; mijn tijd is daar..

Arm volk en gij verblinde edelen!

't Roode oorlogsbeest wilt gij opnieuw ontketenen

Over de moede aarde.

Opnieuw wilt gij 't bloed doen stroomen:

Con aomuiiT» hpirniohtino van rfpn mneden mneriprarnnH

1_<WI1 WWUttlCV UV * I UVIItillb » «*VI« ...V jj. VHM

r\<»r» Kpnlr^prrHp>n • tnf nipnwp pllpnHp rnmn pn HnnHslacr

17V.11 V WW1 UVUlV/VCU^il % IV» «««vw »T V vtiviivvt » H

I O / » «-»

En de winter komt!

Arm verblind volk en gij zoo ruwe edelen,

Waarom weigert ge u rust en eeuwigen vrede,

Die de lichte schatting u makkelijk beloofde!

Weer wilt ge 't dorstig zwaard uit de scheede heffen, Tot nieuw gepleng van kostelijk bloed!

Weet gij dan niet dat uit iederen droppel bloeds Duizend en duizend zwaarden rijzen zullen Die oorlog, brand en moord voor eeuwen, eeuwen

. . . .. < 1 i i • . _i_ i i .

Onderhouden zullen oeneaen ae auister geworaen ïucnten

Mij zult gij niet meer bij u hebben,

Noch de troostende schoonheid van den Mei.

O, arm, verdwaasd, verkeerd geleid en aartsdom volk,

Hoe hebt gij toch zóó weinig vuur en hart gehad,

Dat gij niet heel uw leven uitgeleefd hebt

In dien mooisten tijd, in 't bouwen van de Kerk,

In 't zingen van de zangen, 't trekken van de lijnen

En 't smelten van de kleuren!

En nu komt tegemoet u koude en dood

En niets van vroegeren adeldom

Blijft er meer over.

Hoe zijt gij toch zóó ver gegaan, dat niets U nu Meer rest dan nood en oorlog, nacht en bloed