Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En luttel stoffelijk weten.

Arm volk. Het gelaat van God wordt van U afgewend.

't Volk

fluistert:

De koning is gek ... is gek ... de koning ... is gek.

Mara.

Koning, Uw oogen zijn verblind.

Valsch, valsch voorzeg-je de toekomst Uwer Friezen.

Ha-ha-ha, Godfried; vergat je dan je vrouw?

Vergat je mij, Godfried, die je jaren lang hebt neergehouden,

Zoo klein en zacht als een gevangen vogeltje, dat men voedt

Met stukjes suiker en wat zaad om 't stil te houden,

Dat 't maar zoetjes fluiten zal en broeien?

Dat 't niet uit zal vliegen en groeien tot een reuz'gen vogel,

Die met zijn wijde adlaarsvlerken duistert Godes zon?

Aan 't eeuwig spinwiel heb-je mij gehouden en in 't kraambed

En nu jij voldaan bent,

't Koel verstand begrijpt maar niet waarom,

Nu verlaat je mij en 't arme volk voorspel-je slavernij,

Inplaats van overwinning glorierijk.

Gelooft hem niet, o volk!

Jaren lang heb ik, de vrouw, gezwegen!

Nu zal ik spreken, langer niet wil ik gehoorzaam zijn.

Nu zal ik spreken en mijn koud vernuft zal u voorspellen

En schenken ook, wonderen, die nooit zijn Liefde,

Die nooit zijn gloeiend Harte deed. Vreest niets gij Friezen.

Op, bereidt u tot den oorlog. Uw Koningin, ik, zal u leiden,

Als uw droomend Koning niet meer wil.

Ik zal u ter overwinning leiden, mijne vanen zullen u vooraf-

En ik zweer u, geen land der wijde waereld [gaan

Zal onze heerschappij onttrokken blijven;

Sluiten