is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Radboud.

Een kou als van de maan valt neder over mijne leden.

Het Volk.

Helaas, helaas ellende van 't leven.

Hobbe.

Doorboren kan niet meer ons oog de eeuw'ge duisternis En wenden we ons af met een verwezen lachen, Dan sterven we reeds voor de dood nog daar is.

Het Volk.

Vloek, vloek en dood over ons en onze kinderen!

Hobbe.

Mijn hart verkleumt in mijnen boezem.

Mijn arm hart, helaas!

Radboud.

Mijn hersens weten al wat ik kan weten;

Gemeten heeft de mensch zijn meter op het eeuw'ge, En met verbijsterenden lach staan d'oneindigheden Om ons heen. Mijn hoofd. Arm hoofd!

Helaas, helaas, de waanzin slaat zijn roode tongen Over mijn verblinde oogen.

Het volk schreeuwt. Gewonde soldaten, gesleept, gedragen door hunne makkers, steunend op elkaar. Enkelen niet gewond, weenend. Martena wordt snel binnengedragen op een baar.

Het Volk.

Wee, wee, wij arme Friezen!