is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarvan d'ontzettende beduidenis ons diep verborgen blijft.

Soldaten gaan met Martena's lijk. Een stormwind komt opzetten. Het ruischen van de zee.

Radboud.

Hobbe, mijn zwaard! Hobbe gaat naar de smidseen reikt

het zwaard den Koning.

Radboud.

Zwaard, nog eenmaal!

Hoe menig keer heb ik je in den strijd gevoerd, mijn

[trouwe zwaard! Tot eindelijk je bent gebroken op een te machtig schild. Nog eenmaal moet je mij nu dienen.

Mijn dank aan hen die opnieuw je smeedden Tot een zoo machtig lemmet!

Nog éénmaal dien me tegen de Franken Die slag op slag mijn machtig rijk met ondergang bedreigen... En als je overwint... dan stel ik je tot een teeken Oneindig grootscher dan het Kruis!...

Ik geloof nog in dit zwaard...

Ik daag je, God, te strijden tegen mij,

Mijn zwaard en mij. Hij beklimt de treden van de kerk.

Het volk ziet toe in uiterste verbazing.

Wie is de sterkste?

Zal niet dit wapentuig, gesmeed met 't vuur

Dat de mensch zich listig roofde van den hemel,

Krachtig zijn genoeg, het zwarte net nu door te hakken

Dat 't noodlot over ons wil samentrekken?

Hei, zwaard dat de oude draken doodde,

Zwaard, dat de eerste voren ploegde,

Dat barbaren terug wierp in hun woestenij,

Dat 't volk bevrijdde uit zijn slavernij,