is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was 't die Ausonius gedood heeft,

Verraderlijk en ver van hier.

Hij is 't, die onschuldig gevangen houdt die anderen, Zoodat ze zwak, ellendig, kommerlijk vergaan.

Mara treedt uit de poort met edelvrouwen.

Mara.

Wat gebeurt hier, Radboud?

Hobbe.

Weg, beestig wijf; weg slang die doodgebeten hebt Je Koning en je man! Weg, vreeselijk wijf!

Mara.

Zwijg, Hobbe, je weet niet wat je zegt!

Hoe durf jij oordeel vellen, waar je niet begrijpen kunt!

Slechts hij, die weet de oorzaak aller dingen,

Wel, hij kan zeggen: Dit is goed of dit is slecht.

En niemand kent die; diep verborgen

Liggen de bronnen, voor 't menschelijk oog.

Zwijg Hobbe, zwijg! Spreek niet van daden

Die ik niet deed noch Radboud,

Maar 't blinde noodlot, dat als een onderaardsche vloed

Stroomt door aller dingen duister.

Niet peilen kunnen wij met ons beperkt gezicht

Den oorsprong van dien vloed; noch 't doel!

Wel voelen wij 't drijven, doch wéten doen wij niet.

Hobbe.

Anders sprak-je, vrouw, niet lang geleden,

Toen je ons beloofde een toekomst heerlijker Dan wij ooit konden hopen.