is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch niemand heeft bemind als ik!

In 't duister zijn zij gekomen tot mij in;

En allen hebben aan mijn wang geweend.

List, bedrog en misdaad waren achter mijne oogen,

Doch in mijn hart was vuur.

Ik troostte allen... Ik alléén had liefde voor hen allen,

Aller hitte koelde mijner liefde bron...

Aller leed ik kende en droeg het stil.

Eén heb ik 't meest bemind, Die nu begraven ligt

In deze kathedraal; o Godfried, trooster,

Veel heb ik U bemind, daarom mij véél ook werd gegeven.

Alma.

O veel gekuste mond!

Bocca Baciata.

Noem mij niet meer aldus, mijn kind.

Alma.

O groote troosteres!

Bocca Baciata.

O arm kind Alma, ons beider Liefde Was naar méér dan deze dorre aarde;

De Liefde, die wij zochten, we weten nu Waar die te vinden.

Alma.

O bittere beker, zoet geworden!.. .

O aardsche Koningin, o reine bron van gloeiende Liefde, Nu vloeien wij naar groote Zee.

Een menigte komt schreeuwend binnen stormen. Geweldige beweging onder 't volk.