Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ieder naar zijn Wezen:

Heilig, Heilig, Heilig is de Heer der Heiren.

VII.

Hoe hebt gij de hand geheven,

Prometheus, tot Gods Graal;

Hoe is de rouw gedaald

Over 't donkere menschdom;

Hoe is het lijden gekropen

Over de duistere aarde;

Hoe roofdet gij, Daemon,

Het vuur ons ten smart

En het Weten en de Wensch

En de onbevredigde Begeerte;

Hoe gewerd ons de Walg en het Wee;

De smaad van het eeuwig niet te grijpen;

De hoon van het goochelend Geluk.

Hoe werd tot Hel ons de aarde;

Tot Hemel van heerlijke spiegeling

Ons de godgeroofde Idee,

De oneindig lichtende ziel.

Want der dieren is niet het lijden,

Noch der bloemen, noch der edele steenen;

Doch de mensch alléén is de drager des leeds

En de spot van God, zijn speelding, zijn slaaf

En een put voor zijn gal en zijn braaksel.

Hoe ontdektet gij toch de Schoonheid Gods

In de dronkenschap der heelallen,

In de weelde van de ure der rijpheid,

Toen de wateren achter u waren

En ook de dieren en de aarde in bloei?

Een gouden zwaan kwam gevlogen

Sluiten