is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-TT

aan 't eind van 't Pleroma, waar de Nacht haar duister vlies gespannen had.

17. Een ruischend woord sprak Hij als 't vliegen van millioenen vleugels en met onnoembaar vreemd gebruis kwam aangedonderd regenval van paarlend water, springend, stortend van der Nacht meedoogenlooze rotsen in den afgrond rondom Kareol en spoelde tot smaragden Oceaan te zamen.

18. Zoo spreidde Zion om zich heen een Spiegel om t' aanschouwen al de heerlijkheden zijner Liefde en Schoonheid, bewust te zijn van zijns Zelfs eeniglijk Bestaan en weg te bergen de zwarte toover-oogen van de Nacht.

19. En toornend nu, de weidsche voeten op de treden der bedanste pleinen stond de Vorst geheven boven lokkende weerspiegeling van wateren; en dubbel werd nu Zion en ook Kareol.

20. Want wiegde niet de spiegeling van Zijn rijk ommanteld Lijf over wiegelende wallen koeler wateren; en zag Hij niet gericht op zich zijn beide oogen, die zijn oogen zogen aan met een ontzettend vreemde kracht?

21. En zag Hij niet hoe in een rilling, en uit zijn weergespiegeld Hoofd, omruischt van lebberende golven, kristallen boot verrees omhoog gevoerd door slangen, flonkerend en rijk getooid met slingers, om en om, van witte lotosbloemen?

22. En rustte niet in de kristallen kamer van de boot, gesloten met een gouden deur een Vrouwe, lonkend, lachend even met de roode lippen, de lenige hand geleund om Beker, edel, wonder-vol?

23. O, Maya, groote Koningin van Schijn en Spiegeling,