Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedachte Gods, Ennoia, wonderrein; 't lonken en 't lachen van de roode mond en gansch 't blanke lijve den grooten Zion beven deed van Willen ongekend.

24. Hij denkt zich in der Maya's Gouden Beker de heerlijkheden overnieuw van zijn gezegend Kareol en leest in hare oogen één gedachte: Liefde; De Gedachte, Zijn Gedachte; en 't bewustzijn van de wellust welt in Hem gelijk een springende fontein.

25. Uit Zijner oogen blik tracht spelend los te wikkelen de vleiende gedachte, de listige Maya lachend drijft ver af uit spiegeling van Zion's edel hoofd; de Groote Koning staat alleen; en wenscht Haar bijzijn, warmte en weten, immer daar.

26. En ziet, uit zijne Lenden, gloeiend geboren worden zeven zonen, zeven Prinsen, glanzend, onvergelijkbaar, hoogverheven; Lucifer de eerste en de grootste, Michaël en Uriël en Gabriël en Fanuël en Saraqaël en Rafaël de laatste; Goden, Engelen, schitterend van goud en edelsteen en wonderbaarlijk schoon.

27. En al d'Eonen, van Morgen en van Avond, van Noord en Zuid, van Nadir en van Zenith en uit het Centrum aangevlogen kwamen, — latend achter zich in opalen gloren van niet te peilen hemelen, waar wonderbouwen zich steeds stapelen en babeltorens hun spiralen wentelen en watervallen langs de rotsen schudden en wolken nevelen om de gaanderijen —, zij allen aangevlogen kwamen tot waar de zeven stonden, zingend luide, lijk zonnen in hun hoogen tijd.

28. Toen ruischte neer 't ontelbre heir der Wezens en alle Engelen prezen Zions eerste Zonen.

29. Daar wierp zich weder op de Vader; in zijn formi-

Sluiten