is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smaak en wensch te werk om elke ster bizonder op te tooien met akkers, steden, pyramiden, woeste zeeën, geyserbronnen en vulcanen, vreemdgevormde wolken, bergen druipend van den wijn of felle woestenijen van ontembaar vuur.

45. Ook spanden zij veelkleurge regenbogen of vormden in de harten van de aard verborgen schatten, rijk gekleurde edelsteenen, met wondre kunst en zorg bijeen gegaard.

46. Of wel verbaasden zij de zwijgende woestenijen met wisselglans van meerdre zeer van kleur verscheiden zonnen, die goochlend rezen beurt om beurt over de verlaten stranden.

47. Doch Ouraios greep nu den Beker, schreed omhooge in de nachten, zoekend met de helle oogen de schoonste van de zonnen; en hij vond die welke 't dichtst raast bij de kleine Aarde, omgeven van metaaldamp gloeiendwit en zelve onmetelijke gouden zaal van gloeiend vuur, een zaal die hij om harmonieuze vormen zich ineens verkoor.

48. Gevolgd werd hij door milliarden van zijn zonen, een rijken tocht van vaandels, harpen en banieren en vuurge sterk-gevlerkte paarden en woeste draken, tijgers, leeuwen aan ketens meegevoerd.

49. En in de matelooze zale hief Ouraios den Beker hoog op een bevlamd altaar; daar achter zat hij op een troon van hyacinth, en om zijn matte leden slierde 'n mantel sulfurgeel; lijk slangen kringde om zijn schouders de pracht der lokken, en zijn lippen rood zich krulden tot een trotschen lach.

50. En al de sofars bliezen, de pauken roffelden en de