is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuw terzij, .oen zi] Zijn glans onwaarden - en

« -I. V^er en de Uwe

zend mii met de bede dat Gi] toeh late boos geweld te plegen aan Zün rijk en ml) zult weder geven Maya,

« HU Uchtfzacht en stak zijn edle hand tot Ouraios, ' die lang ze drukte en wederlachte en de lokken schudde en lonkte tot zijn Broeders:

50. Wees welkom mij, Gij heiige jazion, mtjn' BrorferHef- hoe leeft de Oude nog, de goede Vader.

is het immer vree en vreugd in Kareol, droomt nog de Oude in zijn paleizen en is nog immer Liefde zijn groote lust? De goede Man, me dunkt het lijkt mii eeuwen, dat ik Hem niet zag! En Hij vaartwel. Sl Gezegend Man, die zulke Zonen heeft als U, mijn broeder Jazion! Ik mag wel even eenen kus U geven op den fieren mond, mijn Jazion? Wat zou-,e vreezen,

ben ik niet Lucifer, uw Broeder?

Ah vraagde-je niet naar Ennoia? Zij vaart zeer wei en heeft haar woning opgeslagen in t eiland As en zoo je wilt zoo moog-je haar begroeten; ei l" kunt haar zelve Zions boodschap brengen en ik betwijfel niet of zij zal met je gaan en tot je Vader wederkeeren nu Hij ook dit begeert. Die lieve Vader leeft nog immer? Bij zijnen baard, omhels nog een-

■u Maan Zion voor zich hebben? O,

zeker! Ik'maakte 't moeizaam met mijn Broeders, die IJ bewondren met hun gretige oogen.

55. Mij lust ter Uwer eer een gastmaal aan te leggen, zeg lieve Jazion, o zit je mede aan