is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Helden waren, noch waar gelegen was hun wonderbare Land.

5 Gedraaf was om hen heen van zwarte dtepgebukte slaven, en vaten werden aan den wal gerold; gestapeld werden dikke zakken en manden naast elkaar geleid; de handel van de rijpe Aarde had al zijn schatten hier aan d'oevers neergevlijd, zooals de zee haar parelschelpen spoelt aan gouden strand.

4 En gansche troepen olifanten daalden langzaam in de wateren en baadden zich of leschten hunnen dorst en spoten met hun trompen wolken water in de violette avondluchten.

5. Nu traden al de Helden tot de Stad en nacht had zijne sombre tenten opgeslagen. Een machtig hooge muur omvatte al de pracht der torens en paleizen, zooals een vrek zijn schatten sluit in zijn naijverige armen.

6. Bastioenen, wachttorens, weringen leunden over afgronden waar stroomende waatren kookten; als diamanten gordels schitterden de muren rijk met flonkerende

steenen opgesierd.

7. En twaalf poorten gaven toegang tot de Stad en boven elk dier poorten was een Beest of Teeken uitgehouwen, fonklend van juweel; en twaalf maanden duurde steeds de reis rond dezen wonderbouw.

8. Terzijde bij de poort des Rams daar zagen de verheven Argonauten een gulden schittering en loeien hoorden zij, verschrikkelijk, een draak.

9. Door sombre poort waar 'n Stier gebeiteld was in t front, nu leidde hunne weg; daar boven dreigden reuzencitadellen genest in rotsen van graniet; ook waren speerepunten in de deuren om de woeste tanden af te weren van de olifanten, keerend van het zonbelichte werk.