is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreunde door de gangen; daar rees ontzettende Gedaante woest omhangen van schriklijk rood gewaad.

91. Wie komt daar gansch gehuld in bloedige gewaden, met kleeren donkerder dan van een man die in de wijnpers treedt, voortschrijdend in de volheid zijner krachten ?

92. Ik ben het, die van zege spreek, die machtig ben

om U te redden.

93. Waarom is Uw gewaad zoo rood en zijn Uw kleederen bemorst als van een man die in de wijnpers treed?

94. O Jazion is dit Uw trouw? Herken mij, Jazion en zie Uw Vader, en Gij Ennoia zie Uw Heer!

95. Gebroken werd het kinderwoord, den eed den Vader duur bezworen, en aangebeden worden Zon en Aarde, tot minnares neemt Gij die mijne Gade is.

96. Kent Gij dan niet Uw naam, o Jazion, heugt U niet meer 't edle Kareol en mijnen Hof der Liefde?

97. Ennoia, Maya mijn; o Vrouw in Uwe oogen zag ik heel mijn grootsche Zelf, gij waart mij Rijkdom, Vreugd en Leven; Uw Beker was mij hooge Liefde; doch gingen beide mij verloren!

98. Toen toogt Gij heen, o Jazion, te halen mijne Bruid; Liefde Uw belofte, Ontrouw Uwe daad!

99. O Vader, waarom is Uw kleed zoo rood en Uw gewaad bemorst als van een man die in de wijnpers treed ?

100. Ha, Jazion, mijn Zoon; zie toch den Weg dien ik nu ging! Bespoten is mijn mantel van het bloed der doode volkeren; gebaand heb ik mijn weg door al de lijven van het Leven; alléén heb ik gebroken mijne Baan!

101. Toen Gij aanbad de valsche Goden; Zon en Aarde