Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48. Langs watervallen stegen zij omhoog, te midden van de roode hooggewassen lorken; de lucht werd nu zeer ijl en koud; de boomen groeiden hier niet meer waar stijl verrezen hoog de gletschers en de witbe-

sneeuwde kammen.

49. Een vloed van ijzig koude stroomen sprong daavrenü onder witte sneeuw omlaag en sloeg de starre rotsen, daar daalde 't godenpaar in af en woest omsloegen hen de martelende baren en schudden gansch zich over d'Edelen heen, zoodat zij diep verzakten in groenduistere spelonken; doch kwamen weldra krachtig zwemmend op en stonden aan het diepgeploegde strand en zongen hunne beden.

50. Toen nam Held Jazion een vrouwlijk Lam der kudden en slachtte het en offerde den grooten Ouraios, den Heerscher dezer Oorden.

51. Daar werd het nacht; lijk ovens rookten al de wolkenzware bergen en donder stond in al de dalen, veel vuurge zuilen spoten fel omhoog en stroomen lava gloeiden langs de rots'ge wanden, de gronden spleten zich en uit de woestenij der luchten stoof een sterrenjacht van goudenen planeten; de woeste jager Ouraios kwam loeiend aangestuwd met in zijn roode armen

laaiend heir van zonnen.

52. Medea hurkte neer en hulde zich in haren lichten sluier en Jazion met zijn rond schild bedekte zich de slapen.

53. Daar riep heer Ouraios met daverende stem.

54. Wie is dit, die met dwaas geweld wil breken ijzren

band van mijne Wetten?

55. En wie is hij, die met een kinderhand wil hakken

door des Noodlots kopren koorden?

Sluiten