is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegneemt, tot ten slotte de bekentenis van Karl Settegast komt: „Ik heb 't gedaan Hier heb ik Jan

Polder vermoord!"

Het mooiste vond ik in de novelle haar rijken, haar fijn psychologischen inhoud.

Karl Settegast keert naar Europa terug. Waarom? Hij weet het zelf niet. Een besteller vraagt hem, waarheen zijn koffer moet worden gebracht. Daar ontsnappen hem de woorden: „Naar Bremen!" Karl Settegast kent het ware motief van zijn handelen, de voortstuwende kracht in zijn binnenste, niet. Deze kracht ontspruit uit zijn onbewust zieleleven. Als hem later duidelijk wordt, wat hem naar Europa heeft teruggedreven, is hij zelf verrast.

Zonder moeite begrijpt hier elk, dat het menscheljjk willen niet wèl verstaan kan worden, indien men alleen de motieven kent, die in 't volle bewustzijn liggen. Door de geheele novelle heen wordt men er telkens op teruggewezen, dat de uit het bewustzijn verdwenen psychische elementen, voorstellingen, gevoelens, daarom nog niet uit het zieleleven zijn verdwenen, maar onder invloed van latere zielstoestanden kunnen terugkeeren. Men werpt een blik in de geheimzinnige diepte van het „onbewuste" zieleleven, in dien donkeren afgrond, waaruit een geheel verleden, dat de mensch voorbij en vergeten geloofde, kan opduiken om zijn later leven te vernietigen.

Hoe Karl zich weer levendig zijn jeugd en zijn vreeselijke misdaad voor den geest brensrt, als waren beide in het heden verplaatst, tot hij ten slotte niet meer de Karl Settegast en Co., chef van een der eerste graanhuizen te Chicago, maar de Karl Settegast in een blauwe kiel is, die Eva Prott liefhad en uit ijverzucht Jan Polder neerschoot — dat alles speelt het verhaal ons in een stijgend crescendo voor.

Voor de psychologie der herinnering geeft de vertelling de treffendste voorbeelden. Reeds het eerste is mooi: Karl Settegast staat op het balcon van een hotel te Bremen en ziet neer op een vijver, waarvan de randen, met schelpen bestrooid, glinsteren in het maanlicht, maar