Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door hem worden gezien als het wit van een gebroken oog.

Vanwaar deze analogie?

Het beeld van den vijver roept, door overeenkomst in vorm en kleur, uit de diepte van zijn onbewust zieleleven het herinneringsbeeld op van het gebroken oog van Jan Polder.

Later ziet Karl Settegast zijn dorpje terug, en nu treden door de plekjes, waar hy zyn jeugd doorbracht, alle tooneeltjes weer in zijn herinnering, die in verband &taan met zijn misdrjjf. De plaats der handeling voert de handeling zelf en de handelende personen in zijn geheugen terug.

Weldra verkrijgen de herinneringsbeelden de helderheid van hallucinaties: duidelijk ziet hij Jan Polders bleek gelaat aan het venster van zijn slaapvertrek, een oogenblik houdt hij voor een werkelijke waarneming, wat slechts het droombeeld van zijn overprikkeld brein is.

Een paar psychologisch zeer interessante voorbeelden van herkenning zijn deze:

Karl Settegast ontmoet onderweg Eva Prott, om wier wille hij eens een moordenaar werd, en die door het verlies van Jan Polder waanzinnig is geworden. Als zij hem aanstaart, weigort de tong hem den dienst.

Die oogen, die vale, verbleekte haarlokken! Was zij dat? Onmogelijk!

Het zien van de ongelukkige vrouw roept, door elementen van overeenkomst, het herinneringsbeeld van de vroegere Eva Prott wakker. Angstig gaan zijn opgewonden gedachten het waarnemings- en het herinneringsbeeld vergelijken. Het verschil tusschen deze beelden belet de herkenning.

Heeft hier dus bij aanwezige identiteit geen herkenning plaats, later herkent Karei Settegast zonder dat er identiteit aanwezig is. Het huis van een veenboer binnentredend, merkt hy te midden der vrouwen een blond vlaskopje op. Zijn hnrt zet zich uit. „Eva Prott, Eva Prott!" roept hij luid. Toen viel hem in, dat er vyf en twintig jaren waren verloopen. Hoe zou dat Eva kunnen zijn! Een korte wijl was hjj met geheel zijn

Sluiten