Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen bij het maken van opstellen, veeleer nog bij het onderwijsgesprek. Ik bedoel niet bij het zoogenaamd ontwikkelingsondenvijs, want hier treedt de onderwijzer zoozeer als leider op, dat van een weg vinden door den leerling wel geen sprake kan zijn.

Dikwijls vergeet de leerling, vanwaar hij is gekomen, of weet bij niet, waarheen hij gaat; voor alle zekerheid laat hij het vinden van den weg over aan den aangewezen gids. Daarom moet zich de leeraar in passiviteit terugtrekken, zal de scholier leeren, zelf den weg te vinden, gelijk toch gcëischt mag worden bij elk opstel, dat niet zuiver reproductief is. Het moet zijn bewust streven zijn, af te willen dalen van hoofdpersoon tot nevenpersoon, ten slotte tot toeschouwer.

Aandacht.

De klasse, die „aan de lippen van den leeraar hangt," — is dat een klasse met ideale aandacht?

Naar het mij voorkomt, moet men het van den beginne af daarheen trachten te leiden, dat den leerling in drie richtingen de aandacht tot een gewoonte wordt: in de èerste plaats moet hij letten op woord en gedachte van den onderwijzer, in de tweede plaats op woord en gedachte van den medescholier, in de derde plaats op zjjn eigen woorden en gedachten.

Zonder het tweede zijn vrije arbeidsvormen ondenkbaar. Niet alleen bij het onderwijs in vreemde talen, waar verbetering van fouten tegen uitspraak en grammatica zaak van de geheele klasse is, ook bij alle andere lessen is het letten op den geestelijken arbeid der medeleerlingen een vereischte voor de vorming van een onderzoekend en oordeelend verstand. Tevens houdt de/.e opmerkzaamheid een aanmerkelijke tijdsbesparing in, wijl een leerling intensiever dan anders van een klasgenoot leert. Natuurlijk let een kind ook zonder stelselmatig in die richting zijn aandacht te hebben leeren bepalen, op de antwoorden zijner makkers; maar het maakt een groot verschil, of deze antwoorden slechts even in het

Sluiten