is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmee het nieuwe voor den geest komt te staan, de vreugde over den geestelijken aanwas, ten slotte de vreugde over den groei der eigen geestelijke individualiteit.

Denken en spreken.

Denken und kein Ende — zal men meenen.

Inderdaad ben ik van gevoelen, dat onze taak niet geëindigd is, wanneer wij bij onze leerlingen het vermogen hebben ontwikkeld, zelfstandig gedachten te kannen vormen. Behalve denken moeten ze kunnen spreken; met een denken, dat ia gebreke blijft zich vlot naar buiten te opeubaren, mag men aieh niet tevreden stellen.

Hier nu heeft een meisjesschool een aanmerkelijken voorsprong op een inrichting voor jongens, door de vaardigheid in en de lust tot spreken bij de vrouwelijke jeugd. Dat deze zich bij voorkeur in „zinlooze babbeltaal" zou uiten, is een aantijging, die ik met kracht moet afwijzen: meer dan een jongen gevoelt een meisje den innigen aandrang tot mededeeling van haar gedachten. Laat het ons een vingerwijzing zijn, om de arena wijd te openen voor dezen aandrang, opdat hij tot vrije en ongedwongen openbaring kan komen en niet behoeft uit te spatten.

Indien echter de hoogste kunst van onderwijzen wordt gezocht in een vragen- en antwoordenspel, indien dus het spreken der leerlingen grootendeels bestaat in het beantwoorden van vragen, hetzjj dan met een enkel woord of in een zoogenaamden volledigen zin, — welk een poover resultaat is er dan te wachten: öf een bedeesde, onhandige gedachtenuiting, öf een gesnap en gebabbel, dat den naam van spreken niet meer kan dragen.

Geeft men daarentegen de leerlingen, bijv. bij de behandeling van een dichtwerk, de vrije gelegenheid zich uit te spreken, dan leeren ze het met smaak te doen, indien slechts een enkele kritische wenk hen voor en na op de waarde vau goede vormen wijst. Onder ernstige controle te staan, is volstrekt niet in strijd met de