is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede motief tot zelfopvoeding ontstaat uit de voldoening, die geestelijke arbeid als zoodanig schenkt. Niet zoozeer de wetenschap is hier de bron van geDot, als wel de arbeid, waardoor de stof tot geestelijk eigendom wordt gemaakt. Hoe meer de school opvoedt tot een vrije ontwikkeling der geesteskrachten, des te zekerder kan zij zijn, dat dit motief blijft werken. Grooter nog wordt het genot van geestelijken arbeid, wanneer de wjjze van studeeren in psychologischen zin begrepen wordt. Daaraan kan de school veel doen, door bij den schoolarbeid de aandacht te vestigen op de geestelijke functie's, gedurende dien arbeid in werking gesteld.

De invloed van den arbeid op de persoonlijkheid van den werker doet het derde motief, het verkrijgen van een hoogere individueele waarde, in werking treden. Die hoogere waarde bestaat in de toename aan intellectueele kracht of in den aangroei van kostbaar geestelijk eigendom.

Een groot verpchil evenwel kan bestaan in het streven in deze richting: een mensch kan zich ontwikkelen ten einde zelf te genieten van de resultaten van zijn werk, maar ook, omdat hij zedelijk meer volkomen, voor zijn medemenschen van meer waarde tracht te zijn.

Wat heeft de school te doen, opdat dit motief gedurende en na den leertijd werkzaam mag zijn? Vooreerst moet zij de leerlingen het gevoel bijbrengen, dat ze intellectueel groeien, dat hun geestelijk bezit in omvang toeneemt. Dit gevoel wordt des te krachtiger, naarmate de leerling zich geestelijk vrijer bewegen ma». Elk opgelost vraagstuk, in het bijzonder echter elk vraagstuk, bij welks oplossing hem de vrije hand werd gegeven, geeft het gevoel en het bewustzijn van iets te kunnen. Dit bewustzijn wordt des te duidelijker, naarmate men de leerlingen den opbouw van het onderwijs helderder voor oogen plaatst.

Meermalen merkte ik op, hoe dankbaar een leerling was bij het begrijpen van hetgeen met hem bij het onderwijs geschiedt. De leeraar gelijkt den gids, die de kracht der bergbestijgers bezielt, door hun op gunstige