is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben ontwikkeld ten koste van de leermethoden, de ontwikkeling van levende kracht in het onderwijs ten zeerste belemmerd, nog meer is verzuimd, den huiselijken arbeid dienstbaar te maken aan de ontwikkeling van geestelijke kracht. De drukte, die gemaakt is naar aanleiding van het overladingsvraagstuk, heeft de aandacht van de hoofdzaak afgeleid.

Zoekt men de voornaamste waarde van het huiswerk in het zich schrifteljjk oefenen, verwijst men het dus, herbartiaansch gesproken, naar de vijfde formeele leertrap, dan heeft men haar werkelijke waarde voorbij gezien en haar veroordeeld tot een afhankelijkheid van het schoolwerk, die haar alle waarde ontneemt. De hoofdbeteekenis, die zich langzamerhand ontwikkelt, ligt negatief hierin, dat zij plaats heeft zonder toezicht en medewerking van den leeraar, en positief in de mogelijkheid van zelfstandigen arbeid.

Een didactiek, die zich niet in hoofdzaak ten doel stelt, veel kennis aan te brengen, maar een levende kracht tracht te verwekken, welke ver over de schooljaren heen reikt, heeft er het grootste belang bij, van deze gelegenheid gebruik te maken, waarbij de motieven en de kracht van zelfontwikkeling zich voortdurend vrijer kunnen vormen.

Gewoonlijk geeft het huiswerk den maatstaf aan voor vlijt. Weliswaar heeft men bij de beoordeeling meermalen het onaangename gevoel, dat men eigenlijk geen zuiver oordeel kan vellen, daar ten eerste de factor „vreemde hulp" niet kan worden weggecijferd, en ten tweede de resultaten van vlijt en aanleg niet wel zijn te scheiden.

Inderdaad, houdt niet elk recht, de vlijt te beoordeelen naar het huiswerk, op, wanneer een belangrijk quantum der leerlingen de vertalingen van een „vriend" overschrijft, of als mama in elk werk haar vinger heeft gehad? En hetzelfde geldt van het andere bezwaar: als de leeraar zijn leerlingen zoo weinig kent, dat hij niet met zekerheid het aandeel, hetwelk vlijt en aanleg in hun huiswerk hebben gehad, kan aanwijzen, dan is elk oordeel gewetenloos.