is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand in het leven roept, waarbij de verschillende functie's elkaar wederkeerig in den weg staan. Want de geestelijke functie's zijn niet zelden zoo met elkaar in contrast, dat de eene zich alleen dan vrij kan ontwikkelen, als de andere buiten werking blijft, of in allen gevalle licht buiten werking gesteld kan worden; ik behoef slechts te herinneren aan het contrast tusschen de fantasie en het nuchter verstand.

Vrouwelijke begaafdheid.

Experimenteel is vastgesteld, dat meisjes visueeler denken dan knapen van gelijken leeftijd, en dat hunne gezichtsheriunermgen meer in aantal en nauwkeuriger bepaald zijn; eveneens blijkt uit nieuwere onderzoekingen, dat beschrijvingen van vroeger waargenomen gezichtsindrukken bij vrouwen rijker aan inhoud en wellicht ook correcter zijn. Hier doet zich dus reeds een gave voor, die waard is kunstmatig ontwikkeld te worden.

Door de nieuwere psychologie is bewezen, dat men niet van een geheugen in abstracto mag spreken, maar dat elk voorstellingsgebied zijn eigen reproductiekracht bezit. Het onderwijs moet daarmee rekening houden, door bij meisjes voornamelijk in die richting het geheugen te versterken, waar de vrouwelijke begaafdheid voor den dag ^ treedt, zooals op het gebied van visueele waarnemingen.

Dat de fantasie bij vrouwen bijzonder levendig is, staat vast. Haar zorgzaam te ontwikkelen, is een gewichtige taak bij de opvoeding van meisjes. Opdat evenwel de algemeene geestelijke ontwikkeling, voornamelijk de exacte opvatting der werkelijkheid, niet door de fantasie wordt geschaad, moet men het vormen van va^e, onduidelijke beelden trachten te keeren. Ik durf °de paradox te opperen: De fantasie moet gewend worden, slechts exacte vormen te scheppen. Moet bijv. bij de behandeling van een gedicht een schets worden gemaakt, dan is het hoogst noodzakelijk, dat geen enkele van de door den dichter gegeven elementen daarin wordt ver-