is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van grooten invloed zal ook in 't algemeen de Btelling zijn, die men tegenover den tijdstroom inneemt: wie bijv. met zijn denkwijze nog verwijlt in de sociaal vrij naïve negentiende eeuw, zal niet zoo kritisch staan tegenover een ongedwongen uitbreiding van wetenschappelijk onderwijs, als bij, die den komenden tijd dreigend voelt naderen en onder den invloed daarvan aandringt op de vorming van zelfbewuste, energiek willende karakters.

Is iemand overtuigd, dat de pasbegonnen eeuw evenals de vorige door de natuurwetenschappen geesteljjk zal worden gestempeld, dan zal de waarde, door hem aan de leervakken gehecht, een geheel andere zijn dan die van hem, voor wien onze eeuw de machtige taak heeft, het sociale vraagstuk, zoo niet op te lossen, dan toch op den weg der oplossing te brengen: deze ziet den handelenden mensch, gene de scheppende natuur op den voorgrond zijner belangstelling.

Een geheel onderscheiden standpunt kan men voorts innemen tegenover de vraag, of de studie der vreemde talen meer of minder tijd en energie mag eischen, al naardien men de school de internationale baan van de materieele en geestelijke goederenbeweging wil opstuwen, of wel haar wijden aan het begrijpen der nationale kultuurwaarde.

Bij het nagaan van de eischen, welke aan het opvoeden van het aankomende geslacht worden gesteld, komt de groote verscheidenheid van historische, ethische en religieuze, maar ook van psychologische en physiologische ideeën aan het licht, ik herinner slechts aan de meeningen omtrent den omvang, den inhoud, de intensiteit van het aandeel der vrouw in den beschavingsarbeid, aan de beteekenis, welke men kan hechten aan de formaliteit van het huwelijk, enz. Yoor wien het dogma van de physiologische minderwaardigheid der vrouw een geloofsartikel is, ligt de waarde der leerstof in geheel andere richting dan volgens de meening van hem, die wel de gelijksoortigheid, maar niet de gelijkwaardigheid van den mannelijken en den vrouwehjken geest ontkent. Ook moeten de meeningen uiteenloopen, al naardien men