is toegevoegd aan uw favorieten.

Didactische ketterijen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken; eerst daarna kan plaats worden gegeven aan de ontplooiing van coamopolitische belangstelling.

4. Tot hiertoe is de leerstof alleen als zoodanig in beschouwing genomen. Niet minder gewichtig is echter de vorm, waarin de wetenschap eigendom van den geest wordt, zoowel voor elk vak afzonderlijk als in haar geheel. De kennis van een beschaafd mensch moet in haar deelen en als geheel helder en vast in het geheugen zijn opgenomen; ze moet zich vrij kunnen bewegen, gereed om toegepast te worden; ze moet, in grootere en kleinere groepen geordend, gemakkelijk te overzien zijn, en een verlangen naar uitbreiding, een voortdurende belangstelling, in het leven kunnen roepen.

De vorm van het geestelijk bezit moet dus zoo zijn, dat alle geestelijke functie's daaraan werkzaam kunnen zijn. Yan dit formeel standpunt valt het niet moeilijk, gegevens te verzamelen, van veel waarde bij het opmaken van het leerplan en voor het onderwijs zelf. Mag men b.v. aannemen wat sommigen beweren, dat het onderwijs in de vreemde talen aanspraak moet kunnen maken op vrij veel tijd en toewijding, indien de resultaten in den noodigen omvang niet meer twijfelachtig behoeven te worden geacht, dan moet tegen een inkrimping van het aantal uren verzet worden aangeteekend. Liever een sint ut sunt aut non sint, dan een of meer talen als onzekere elementen in het leerplan te dulden.

Of indien soms de historie in haar tegenwoordige wijze van behandeling het geheugen zoodanig met stof overlaadt, dat de verworven kennis noch helder en doorzichtig, noch gemakkelijk te overzien is, dan zou een grondige herziening van den omvang en den inhoud der stof dringend noodzakelijk zijn. Het ordenen der wetenschap van elk vak eischt tijd en moeite; kan men daarover op de een of andere plaats niet voldoende beschikken, dan moet de stof worden ingekrompen. Hetzelfde geldt, wanneer de stof in de geografie zoo is uitgekozen, dat ze, uit allerlei brokstukken bestaande, geen aaneengesloten geheel kan vormen. Dat zou het geval^ zijn , wanneer de leerling van een geografische eenheid een