Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gespannen tijd als de onze wordt niet gekenmerkt door die willoosheid, welke volgens Schopenhauer den aesthetisch genietende karakteriseert.

Was de levensstemming van onze bourgeoisie in den grond aesthetisch, dan zou ze op de vraag: Qu'est-ce que le tiers-état? metterdaad ten antwoord geven: Rien.

Noch aesthetisch, noch natuurwetenschappelijk, doch sociaal-ethisch moet de levensstemming der school zijn.

2. Aangezien het toch wel op den weg van de school ligt, bronnen van edel genot voor haar leerlingen te openen —; aangezien een tegenwicht de intellectueele ontwikkeling behoedt voor eenzijdigheid —; aangezien eindelijk de, weieens overdreven, invloed van een aesthetische ontwikkeling de zedelijke vorming ten bate kan zijn, heeft de school zich ook met de vorming van het schoonheidsgevoel in te laten.

3. Wil men in den korten tijd, waarover beschikt kan worden, voldoende resultaten verkrijgen, dan dienen alle elementen voor de aesthetische ontwikkeling, die het onderwijs aanbiedt, krachtig samen te werken tot een geheel. Een artistieke of liever een aesthetische draad moet den geheelen schoolarbeid doorloopen, in het gesproken en geschreven woord, in liederen en teekeningen, in gymnastische standen en bewegingen en in producten van handenarbeid.

Het voornaamste gebied, waarop de leerlingen kunnen worden geleid tot aesthetisch genieten, blijft de poëzie. Reeds te voren is in dit boek aangevoerd, dat een der belangrijkste toekomstvragen voor de paedagogie zal zijn, poëzie te leeren genieten.

De beeldende kunsten zijn als vormingsmateriaal niet volkomen gelijkwaardig aan de dichtkunst. Maar dwaas en naief is de meening, als zouden haar scheppingen uit zichzelf op 's menschen ziel inwerken, als zou dus een ontvankelijk gemoed reeds voldoende zijn voor het werkelijk genieten. Integendeel moet de kunst van te zien en te gevoelen zorgvuldig worden aangekweekt. De scholier moet leeren, vormen te zien, hij moet leeren, licht en kleuren op te merken. Op het

Sluiten