Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus weinig kon toevoegen aan de uitkomsten, die reeds elders verkregen werden.

Was het dus toe te juichen, dat vele wetenschappen zich ontwikkelden tot zelfstandigheid, daarmede verloor de wijsbegeerte zelve geenszins haar recht van bestaan. Meermalen, vooral in de laatste eeuw, is daaromtrent twijfel geopperd, en de meening uitgesproken als zoude thans die wijsbegeerte, nu haar oorspronkelijk gebied zich zoozeer verdeelde, vrijwel overbodig geworden zijn, daar er voor haar eigenlijk geen bizonder veld voor beoefening meer overbleef. Zoo schreef b.v. Richard Wahle een boek, dat tot titel voerde: „Das Ganze der Philosophie und ihr Ende", waarin hij betoogde dat haar nalatenschap verdeeld moest worden onder de theologie, de physiologie, de aesthetica en de staatspaedagogie. Vele anderen met hem waren van oordeel, dat de wijsbegeerte wèl nog veelomvattende stelsels kon opbouwen, die wellicht in staat waren bewondering te wekken door hun schoonheid van samenstel, maar dat zulke opbouwsels toch eigenlijk niet veel meer waren dan produkten der verbeeldingskracht, die alle wetenschappelijke waarde en dwingende bewijskracht misten. Eenige vermeerdering van kennis viel van zulke stelsels niet te verwachten; zij bezaten slechts historische waarde, en de wijsbegeerte zou ten slotte niet veel meer kunnen zijn dan een geschiedkundige uiteenzetting en onderlinge vergelijking dier veelgeroemde maar onvruchtbare systemen.

Sluiten