is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dair gevolg van wat zij als waarheid onthult.

Om nu aan die roeping getrouw te blijven, dient de wijsgeer zich vóór alles te kenmerken door een machtigen waarheidsdrang, een krachtig sprekend intellectueel geweten. De rede zij zijn eenige leidstar, zonder ruggespraak te houden met allerlei bijoogmerken. Zonder hartstocht dient hij zijn vraagstukken te onderzoeken, zonder vrees of hoop, sympathie of antipathie; in zijn bewijsvoering mag hij zich nimmer door zijn gevoel laten meesleepen, maar moet hij steeds sine ira et studio oordeelen. Het is als Spinoza zegt: „Philosophiae scopus nihil est praeter veritatem". En de twijfel der sceptici, of de waarheid wel te vinden is en of men niet bij gebrek aan een onfeilbaar criterium zich tevreden moet stellen met een meer of minder groote waarschijnlijkheid, die twijfel doet op zich zelf niets af aan den onwrikbaren eisch van waarheidsliefde, gepaard met den daarbij behoorenden zedelijken moed, dien men den philosoof stellen mag.

Voor ontelbaren moge de naakte waarheid moeilijk zijn te aanvaarden en te verduren, gelukkiger als zij zün bij hun zelfgeschapen illusies en droombeelden, — die omstandigheid mag voor den philosoof nimmer een reden wezen om van zijn weg af te wijken en zijn roeping ontrouw te worden. Want met dergelijke eudaemonistische compromissen mag hij zich niet inlaten. Wie bij een wijsgeerig onderzoek denkt aan de wenschen van zijn lezers en tracht dezen welgevallig te zijn, vervalt onvermijdelijk in onware en valsche voorstel-