Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen. Van dergelijke nevenbedoelingen moet het oordeel vrijblijven, en een onafhankelijkheid van oordeel moet den wijsgeer zijn tot een ware levensbehoefte. En al schijnt het soms hardvochtig, anderen daarmede te berooven van innig geliefkoosde voorstellingen, toch mag bij den wijsgeer de vraag, welke gemoedswaarde zekere denkbeelden bezitten, nimmer voorzitten, maar mag alleen de vraag, in hoeverre voor die denkbeelden redelijke gronden vallen aan te voeren, den doorslag geven. Wie waarlijk wijsgeer heeten wil, moet onverbiddelijk de consequenties aandurven, waartoe de logica hem drijft, hoezeer die ook in botsing mogen komen met door langdurig bestaan geijkte voorstellingen. Evenmin mag hij zich laten leiden door ruggespraak met conventioneele waardeeringen, noch rekening houden met heerschende vooroordeelen. Het moet hem onverschillig zijn, of zijn gevolgtrekkingen wellicht anderen kwetsen in hun dierbare gevoelens; en nimmer mag hij zijn uitkomsten verwringen om ze in overeenstemming te brengen met zekere gehuldigde overtuigingen. Het eenige, waarnaar hij streeft, moet de oplossing zijn van vraagstukken die zich aan zijn geest hebben opgedrongen, en hij moet een antwoord zoeken op die vragen, in welken zin dat antwoord ook moge uitvallen.

Nevens die waarheidsliefde komt als tweede vereischte het voeling houden met andere wetenschappen. De door waarneming en proefneming gevonden wetten en feiten, die hun waarde behouden ook buiten alle

Sluiten