is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespiegelende wijsbegeerte. De menschelijke geest toont nog andere behoeften te bezitten dan die aan zuiver wetenschappelijke kennis; of, naar Riehl het uitdrukt: „Der Verstand erschöpft nicht das Wesen des Geistes. und die Bestimmung des Menschen geht nicht im Erkennen auf". De mensch bezit een ingeboren neiging de raadselen dezer wereld op te lossen, hare mysteriën te doorgronden, de grenzen die gesteld zijn aan zijn verstandelijk doorzien en begrijpen te overschrijden ; en al is het doel van dat streven onbereikbaar, hij tracht telkens weer te komen tot eene kennis van het absolute. Rusteloos zoekt hij der waarheid haren sluier te ontrukken, het wereldverloop te verklaren; en waar ervaring en experiment hem hierbij in den steek laten, tracht hij deze aan te vullen met zijn verbeelding om zoodoende aan die onuitroeibare behoefte en onweerstaanbaren drang tegemoet te komen.

Het eeuwenoude denken en peinzen des menschen over den oorsprong van zijn bestaan, het doel des levens, het wezen der dingen enz. vloeit niet slechts voort uit de intellectneele drijfveer van weetgierigheid en bevrediging des verstands, maar daarnevens ook uit een niet minder sterke ethische drijfveer van streven naar harmonie, zielevrede en berusting. De mensch zoekt in zijn metaphysische gewrochten te komen tot eene samenhangende en afgesloten wereldbeschouwing, die niet staan blijft bij de onvolledige en fragmentarische kennis welke de ervaring ons levert. Maar hiermede wil hij niet slechts het verstand, maar ook het gemoed