Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel over aan het persoonlijk oordeel. Wie eenmaal de grenzen zich is bewust geworden van het menschelijk kenvermogen, zal niet ongenegen zijn het bestaan te erkennen van een algemeenen ondoorgrondelijken achtergrond der dingen, maar tegelijk zich hoeden over de eigenschappen en de al of niet persoonlijkheid daarvan eenig beslist oordeel uit te spreken. Daarom ook wenscht het agnosticisme uit alle wetenschappelijk onderzoek elke metaphysische inmenging streng te weren, of ten minste daaraan alle beteekenis te ontzeggen. Alleen op die manier kunnen wetenschap en godsdienst vreedzaam nevens elkander voortleven, met eerbiediging van

elkanders rol en beteekenis; en inderdaad vinden wij dan ook juist in Engeland de natuurwetenschappelijke geleerden slechts zelden in conflict komen met de dienaren der Kerk. Want het agnosticisme van Spencer c.s. beperkt het veld der philosophie tot een geordende synthese van langs empirischen weg verkregen feiten en waarnemingen. De diepste en laatste grond toch der verschijnselen is voor ons onkenbaar; wat achter de verschijningswereld is gelegen, blijft voor ons verborgen ; en al ons weten draagt dus steeds een beperkt en relatief karakter. En wie eenmaal zich die grenzen van ons weten is bewust geworden, zal wellicht willig het bestaan erkennen van een Hoogere Macht, die aan de waarneembare verschijnselen ten grondslag ligt, maar tegelijkertijd zal hij de volkomen ondoorgrondelijkheid van dat Wezen inzien en zich omtrent diens eigenschappen aan geen enkele positieve bewering wagen.

Sluiten