is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

realiteit. Onze geest werkt als een spiegel: wij leeren de wereld slechts kennen als een spiegelbeeld; en de zuiverheid van die weerspiegeling kunnen wij niet beoordeelen, aangezien wij ons nimmer plaatsen kunnen buiten onszelven. In verband hiermede komt de mensch tot het inzicht, dat er geen sprake kan zijn van eenige absolute kennis, maar slechts van een symbolische. Reeds Spinoza merkte op, dat de voorstellingen die wij hebben omtrent de uitwendige dingen, veeleer den toestand aanduiden van ons eigen lichaam dan het wezen dier uitwendige lichamen *); en in onze dagen wees o. a. Helmholtz op het betrekkelijk karakter onzer kennis in de woorden: „De zinnelijke gewaarwordingen zijn voor ons slechts symbolen van de voorwerpen deibuitenwereld, en zij komen daarmede overeen ongeveer als de teekening of de klank van het woord met het daardoor aangeduide voorwerp. Zij geven ons wèl bericht van de bizonderheden der buitenwereld, doch niet beter dan wij aan een blinde de kleur met woorden beschrijven.' Evenzoo Spencer: beweging en kracht zijn niets meer dan de herleiding van samengestelde symbolen van ons denken tot eenvoudige symbolen; onze laatste wetenschappelijke voorstellingen zijn niet minder dan onze godsdienstige voorstellingen slechts symbolen van de wezenlijkheid, geen kennis van haar.

Al ons weten blijft dus onvolkomen en betrekkelijk; slechts door de grenzen van ons kenvermogen uit

') Spinoza. Ethic. II. 16.