is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't oog te verliezen, kunnen wij geraken in den waan een absoluut weten deelachtig te kunnen worden. Onze gewaarwordingen leveren geenszins een getrouw beeld van de buitenwereld: wij kennen die laatste slechts naar de interpretatie die wij geven aan de indrukken die onze geest ontvangt. Wel gaan wij uit van de veronderstelling, dat die interpretatie overeenkomt met de werkelijkheid, maar wij kunnen dat niet bewijzen. Reeds bij Malebranche kunnen wij de opmerking vinden !): „Uit het feit dat wij een voorstelling van iets hebben, volgt nog geenszins het bestaan daarvan, en nog minder dat het volkomen gelijk is aan de

voorstelling die wij er van hebben Het is een

vooroordeel, hetwelk op geen enkelen redelijken grondslag steunt, te gelooven dat men de lichamen zóó ziet als zij in zichzelven zijn." Het eigenlijk „wezen der dingen" blijft nu eenmaal buiten ons bereik; tusschen ons weten en het zijn kan zeker verband bestaan, maar nimmer een volstrekte gelijkheid: de absolute waarheid blijft ons verborgen.

Het bewustzijn van dat alles is sedert Kant tot gemeengoed geworden in de wijsbegeerte. Het „Ding an sich" kunnen wij nimmer doorgronden. Maar zelfs al bestond daartoe de mogelijkheid, het zou weinig waarde voor ons hebben, aangezien wij er toch nimmer op andere wijze mede in aanraking komen dan in zijn verschijningsvormen. Want wij kunnen ons even zoo

*) De la recherche de la vérité. Livr. I, Chap. VI.