is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

min verheffen boven de vermogens onzer psychogenetisch langzamerhand geworden psychophysische organisatie, als wij onze schaduw kunnen ontloopen of op onze eigen schaduw kunnen gaan staan: slechts een baron von Münchhausen is het gegeven, zich aan zijn eigen haren op te trekken. Beperkt als wij zijn tot de vermogens van ons denken, en gebonden als wij zijn aan de eigenschappen onzer psyche, heeft het „Ding an sich" voor ons geen beteekenis, en is het nuttelooze arbeid er steeds weer over na te denken, aangezien alle bespiegelingen in die richting gedoemd blijven tot onvruchtbaarheid. „Was geht uns dieses mystische Ding an sich überhaupt an", roept Haeckel uit in zijn Weltriltsel, „wenn wir keine Mittel zu seiner Erforschung besitzen, wenn wir nicht einmal klar wissen ob es existiert oder nicht ? Ueberlassen wir daher das unfruchtbare Griibeln über dieses ideale Gespenst den reinen Metaphysikern."

Om nog even op Kant terug te komen, zij herinnerd, dat deze de laatstgenoemde woorden zeker niet onverdeeld zou toejuichen en onderschrijven. Kant erkent het bestaan eener achter de phaenomenale wereld gelegen metaphysische intelligibele wereld, het bestaan van een „Ding an sich", dat hemelsbreed verschilt van de voorstellingen die wij ons vormen op grond van ervaring en waarneming, en dat ten eenenmale voor ons onkenbaar blijft. Hij neemt het bestaan aan van dingen buiten en onafhankelijk van onze voorstellingen ; maar wij kennen uitsluitend de verschijnings-