Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen waarin zij zich aan ons voordoen. Niettemin wil Kant, ondanks zijn streng critisch standpunt in zake den aard onzer kennis, komen tot een idealistische wereldbeschouwing, niet geneigd te blijven staan bij Hume's zoogenaamd scepticisme. Al wil hij dat idealisme grondvesten langs anderen weg dan het rationalistisch dogmatisme, toch is zijn philosophie niet slechts critisch. maar ook transscendentaal: en zoo komen daarin nevens critisch-phaenomenalistische en anti-dogmatische, ook metaphysisch-rationalistische en anti-empiristische elementen voor. *) Uit die eigenaardige samenkoppeling is veel misverstand geboren; aangezien sommigen, zooals Paulsen en Adickes, het hoofdgewicht legden op laatstgenoemden, anderen daartegen, zooals Schopenhauer, op eerstgenoemden karaktertrek, of zelfs, gelijk Erdmann, op de tegenstelling met het theologisch dogmatisme.

Kant's bestrijding van de mogelijkheid eener kennis van het „Ding an sich" had in menig opzicht een voorlooper in Berkeley's idealisme. Gelijk later Schopenhauer zijn hoofdwerk aanving met een verdediging van de stelling „Die Welt ist meine Yorstellung", zoo trachtte reeds een eeuw vroeger Berkeley alles te herleiden tot voorstellingen met zijn „esse est percipi", d. i. de dingen ontleenen hun bestaan aan hun waargenomen worden. Ruimte en tijd zijn aanschouwings-

') Zie o. a. J. Volkelt. Kant's Erkenntnisstheorie nacli ihren Grundprinzipien analysiert. 1879.

Sluiten