is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets anders dan die onzer psyche. Zoodoende zijn niet de psychische verschijnselen te verklaren uit materieele, maar zijn omgekeerd alle materieele processen die wij kennen, in laatste instantie terug te brengen tot psychische. Wel dragen wij het aan onze psyche ontleende over op de voorwerpen onzer waarneming; maar wat ons voorkomt een lichaam buiten ons te zijn, is in werkelijkheid slechts een complex van processen in onze eigen psyche; en het eenige wat voor onze waarneming en ons kenvermogen toegankelijk is, zijn ten slotte de toestanden en voorvallen in ons eigen bewustzijn.

De consequentie van deze bewustzijnsmonistische redeneeringen voert dus tot de slotsom, dat indien wij ons bewuste denken wegdenken, daarmede tegelijkertijd ook de inhoud van dat denken wegvalt. M. a. w. er zou geen waarneembaar object meer bestaan, indien er geen waarnemend subject meer ware. Wat wel eens van het Gods bestaan ten opzichte van de Godsvoorstelling beweerd is, wordt hier uitgebreid tot de geheele gedachtenwereld: de mensch is zelf de schepper van de buitenwereld. Niets is er, dat ons noopt tot het aannemen van het werkelijk bestaan eener buitenwereld, ja het zelfs waarschijnlijk maakt dat deze inderdaad bestaat; een dergelijke veronderstelling wordt door deze richting willekeurig en overbodig geacht.

Nu moge logisch een dergelijk standpunt niet zijn te weerleggen, toch mag de juistheid ervan in hooge mate onwaarschijnlijk heeten. Al is het bestaan eener