is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenwereld buiten onzen geest strikt genomen eene onbewijsbare hypothese, — „une hypothèse commode", zegt Poincaré, — toch is het eene, die zich onafwijsbaar aan ons opdringt en van welke wij in al onze redeneeringen uitgaan. Het is, gelijk Hume zeide: de argumenten der idealisten zijn onweerlegbaar, maar toch niet overtuigend. Ware Berkeley's bewering juist, dan zou het onderscheid tusschen ware voorstellingen en hallucinaties wegvallen, en zou men het recht missen laatstgenoemden als onwaar te verwerpen. Yoor ons bewustzijn zijn onze gewaarwordingen de weerspiegeling van een bestaande werkelijkheid buiten ons, hoe onvolkomen die weerspiegeling ook zijn moge. Doen wij ons gezond verstand geen geweld aan, dan zegt het ons dat de waargenomen lichamen en voorwerpen, hoe zij dan ook in wezen zijn mogen, niet spoorloos verdwijnen en teniet gedaan worden, indien de waarneming ervan niet plaats heeft of ophoudt. Het zegt ons, dat die voorwerpen niet eerst ontstaan door de psychische processen, maar houdt zich overtuigd dat zij voortbestaan, ook nadat die processen zijn opgehouden. Naar reeds Hume betoogde, kunnen wij ons onmogelijk vrijmaken van het geloof aan een bestaan van dingen buiten ons; daaraan te twijfelen is geheel in strijd met onzen aanleg. Natuurlijkerwijze nemen wij aan, dat aan de indrukken die wij ontvangen, ook al mogen deze bedriegelijk zijn, toch zekere zelfstandig bestaande werkelijkheid buiten ons beantwoordt. Hoe ware het trouwens anders verklaarbaar dat, wanneer bij ons-