Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hume wil dus het causaliteitsbegrip psgchologischgenetisch verklaren. Het oorzakelijk verband dat door ons tusschen waargenomen verschijnselen wordt aangenomen, bezit geen absolute zekerheid maar slechts een betrekkelijke waarheid; want het berust ten slotte alleen op datgene, wat wij volgens onze ervaring gewoon zijn in een vaste volgorde te zien samengaan. Uit die gewoonte van twee gebeurtenissen steeds te zien verbonden, ontspringt een psychische dwang beide als te zaam behoorend aan te merken; en door het tot stand komen van vaste associaties zijn wij niet in staat ons aan de aanneming van zulk een oorzakelijk verband te onttrekken. Wij worden er noodwendig en instinktief toe gedreven dat verband als werkelijk bestaande aan te nemen en allen twijfel daaromtrent op zijde te zetten, hoewel de ervaringsgewoonte eigenlijk logisch geen ander besluit wettigt dan een hooge mate van waarschijnlijkheid. Die waarschijnlijkheid is evenwel volkomen toereikend voor het leven, voor hetwelk een onbereikbaar absoluut weten ontbeerlijk is.

Daarmede echter neemt de leer der aangeboren begrippen geen genoegen. Wel is ook volgens haar de kennis der bizondere gevallen van oorzaak en gevolg slechts mogelijk door ervaring, en de toepassing van het causaliteitsbeginsel alleen bestaanbaar in de ervaringswereld ; maar het beginsel zelf, het aannemen van causaliteit als zoodanig is te beschouwen als een denknoodwendigheid, een aprioristische kategorie van ons denken. Die causaliteit toch is nimmer in de waar-

Sluiten