Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zieleleven van den enkeling in hooge mate beïnvloed door zijn sociale omgeving en door de samenleving waarvan hij deel uitmaakt. Van zijn geboorte af leeft hij te midden van een maatschappij waarin hij opgroeit, tot welks instandhouding hij medewerkt, en tot wier handhaving hij wordt opgeleid. Het individu dient zich voortdurend te plooien naar zijn medemenschen en zich aan te passen aan zijn omgeving. De voorwaarden van zijn bestaan zijn niet slechts van biologischen, maar evengoed van sociologischen aard; en het verstandelijk materiaal waarmede hij werkt, zoowel als de moreele gevoelens die hem leiden, zijn voor een groot deel het produkt der samenleving. Gelijk onze huisdieren langzamerhand volkomen afhankelijk van ons zijn geworden, en zich in hun levensgewoonten geheel vervormd hebben naar de samenleving met den mensch, zoo is ook de mensch zelf, niet alleen in zijn stoffelijke behoeften maar ook in zijn denken, geheel afhankelijk geworden van zijn omgeving en zijn soortgenooten. Ons geestelijk bezit is slechts voor een klein deel ontleend aan eigen ervaring; wij maken onophoudelijk gebruik van den arbeid onzer voorouders en staan voortdurend op de schouders van anderen, met wie wij een onverbrekelijk geheel vormen.

Welnu, deze zijde der psychologie, die inzonderheid der sociologie ten goede komt, vindt hare beoefening meer bepaaldelijk in de zoogenaamde sociaal-psychologie, gelijk die in Tarde, Sighele, Le Bon, Baldwin e. a. hare vertegenwoordigers vindt. Al is deze tak van wetenschap,

Sluiten