is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen staat het voluntarisme. Deze richting wijst er op, dat het intellect phylogenetisch en ontogenetisch van veel jonger datum is dan het gevoel. Volgens haar gaat eerst secundair het eigenlijk intellect een rol spelen, lang nadat gevoel en streven reeds werkzaam zijn, en begint het verstandsleven, zoowel in de ontwikkeling van het individu als in die der soort, eerst later op te treden. Volgens haar is dus het gevoel het primaire element. Temeer, aangezien een voorstelling op zichzelf niets tot stand brengt, indien zij niet vergezeld gaat van zeker gevoel dat tot daden prikkelt; vandaar ook dat een werkzaamheid, die het gevolg is van gewekte emoties, veel sneller en krachtiger is dan die, welke het gevolg is van verstandelijke overwegingen.

Op grond van dergelijke beschouwingen kwam er in de wijsbegeerte een reactie tegen de stiefmoederlijke wijze, waarop aanvankelijk het gevoelsleven was behandeld. Reeds ten tijde van Kant wees Tetens er op, dat nevens het voorstellingsvermogen ook het g e v o e 1 behoorde tot de oorspronkelijkste en fundamenteelste uitingen der ziel. ') Maar vooral Schopenhauer met zijn leer van een wil, die in het gevoel tot bewustzijn kwam, toonde zich een krachtig kampvechter voor het voluntarisme, in tegenstelling van het intellectualisme dat eenzijdig de aandacht slechts gevestigd

*) Tetens. Philosophische Versuche über die menschliche Natur, 1777. I, pag. 166.