Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóólang blijft voortbestaan als zekere gemoedsaandoening aanwezig is. De werkzaamheid des verstands staat niet op zichzelf, maar hangt ten nauwste samen met het gevoelsleven; en het verloop der voorstellingen wordt in zijn richting dermate beheerscht door het gevoel, dat zelfs volkomen abstracte bespiegelingen dien invloed herhaaldelijk verraden. Onophoudelijk zijn wij in de gelegenheid te bespeuren, dat het verstand geenszins onpartijdig oordeelt, maar zich telkens laat meesleepen en beïnvloeden door sympathieën en antipathieën.

Nog een andere overweging voert tot het besluit dat aan het verstandelijk element in onze psyche onmogelijk het primaat is toe te kennen. Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het individu blijkt, dat het intellect eerst een rol gaat spelen, lang nadat reeds gevoel en instinktief streven werkzaam zijn opgetreden. Maar ook phylogenetisch, d. i. in de ontwikkeling deisoort, nemen wij hetzelfde waar. Bij lagere dieren is het verstandsleven nog nagenoeg ontbrekend. Toch vinden wij bij alle levende organismen, bij welke van een eigenlijk denken of overwegen nog geen sprake is, een levensuiting in wilsdaden; en reeds daarom is het moeielijk aan te nemen dat bij den mensch, wiens physiologisch leven daarmede zoovele punten van overeenkomst vertoont, het doen en laten zou kunnen omgaan buiten de drijfveeren, die overal elders werkzaam zijn.

Sluiten