is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtergesteld bij andere methoden van onderzoek. a)

Beginnen wij met op te merken, dat goed en slecht geen absolute maar slechts relatieve kenmerken aanduiden; zij zijn niet gelegen in het wezen der dingen, maar duiden slechts betrekkingen aan. Geen verschijnsel is op zichzelf goed of slecht, maar het wordt daartoe eerst gestempeld door de moreele uitlegging die de mensch er aan geeft; m. a. w. hun moreel karakter wordt er door hem als beoordeelaar aan toegevoegd, naar de mate zij beantwoorden aan zekere bij hem aanwezige voorstellingen en verwachtingen. Zoodoende teekent het oordeel, dat geveld wordt, bijkans nog meer den beoordeelaar dan het beoordeelde. Door zijn nauw verband met het gevoelsleven wordt het noodzakelijk beheerscht door tal van persoonlijke lust- en onlustindrukken; maar gewoonlijk wordt dit uit 't oog verloren, en wordt het voorgesteld alsof dat oordeel objectieve eigenschappen aanduidt, die buiten het oordeel 0111 den beoordeelden dingen aankleven. Hoe subjectief ook van karakter, het oordeel doet zich meestal voor als bezat het algemeengeldende waarde en als kon het aanspraak maken op een ieders bijval en instemming, hetzij dan dat dit onwillekeurig geschiedt, hetzij om zich meer gezag en invloed te verzekeren.

I)e inhoud van het zedelijk oordeel hangt ten nauwste samen met zekere waardeeringen, die weer onafschei-

') Als proeve eener dergelijke historische behandeling verwijzen wij naar Jerusalem's verhandeling „Wahrheit und Lüge" in de Deutsche Rundschau van Nov. 1898.

9