is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn daden; en veel meer hiernaar dan naar de gevolgen beoordeelt men zijn karakter. En nu is het duidelijk, dat die beide oordeelen geenszins homogeen behoeven te zijn, aangezien de maatschappelijke waarde van eene handeling hoegenaamd niet behoeft saam te vallen met de persoonlijke waarde van den dader.

Dit neemt evenwel niet weg dat, waar wij die laatste inzonderheid afmeten naar het bedoeld gevolg der handeling, het oordeel over die bedoelingen weer berust op teleologische grondslagen, in zooverre wij ze goed of slecht achten, al naarmate ze bevorderlijk of schadelijk gerekend worden voor het algemeen welzijn.') Alle moreele beoordeeling toch draagt ten slotte een sociaal karakter: alle kwaad, zegt Höffding, is eigenlijk een sociologisch verschijnsel. 8) Ons zedelijk oordeel wijst steeds op zekere betrekkingen waarin de mensch staat tot zijn omgeving; afgescheiden van elk maatschappelijk verband hebben de begrippen zedelijk en onzedelijk, deugd en ondeugd weinig zin. Onze zedewetten staan in het nauwst verband met den algemeenen toestand en de bestaansvoorwaarden der samenleving; vandaar ook dat de zedelijke waardeering zich voortdurend wijzigt in aansluiting aan de veranderingen die in de maatschappelijke samenleving plaatsgrijpen. De mensch heeft een zedelijk verantwoordelijkheids- en plichtsgevoel, doordat

>) Zoo reeds David Hume. Vgl. ook Paulsen. Einleitung in die Philosophie. 4. Aufl. Berlin 1896, pag. 438.

3) H. Höffding. Ethik. Leipzig 1888, pag. 93.