Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mogelijkheid van dit laatste; maar dit is ook niet datgene, waarover de kwestie loopt. Het is namelijk niet de vraag of de daad vrij is, d. w. z. of iemand zijn wil vrij kan uitvoeren, maar wèl of de wil tot die daad vrij is, m. a. w. of onder volkomen gelijkblijvende omstandigheden, zoowel inwendige als uitwendige, die wil evenzeer had kunnen uitblijven als gevormd worden. En of nu al de beweerde vrijheid verlegd wordt naar de keuze der mogelijke determineerende motieven, daarmede wordt de kwestie niet opgelost maar eenvoudig verschoven, en blijft de boven gegeven psychologische verklaring van het bedriegelijk vrijheidsbewustzijn van onverminderde kracht.

De indeterministen hebben het bestaan van een vrijen wil veelal voorgesteld als een postulaat van de moraal. Zij stellen het voor, als zou de aanneming daarvan onmisbaar zijn voor de handhaving van verantwoordelijkheid en toerekenbaarheid, en beroepen zich daarmede dus ten bewijze van de juistheid van hun standpunt op een argument van zedelijken aard en strekking, m. a. w. op een moreele rechtvaardiging hunner leer. Aan een dergelijke teleologische bewijsvoering evenwel kan moeilijk wetenschappelijke waarde worden toegekend. Zij is eenvoudig ontsproten uit het vooroordeel en de vrees, dat aanhanging van het determinisme zou moeten leiden tot allerlei ongewenschte praktische gevolgtrekkingen. „De angst", zegt Nietzsche *),

Fr. Nietzsche. Menschliches, Allzumenschliches, II. No. 61.

Sluiten