is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„die de meeste menschen voor de leer van de onvrijheid van den wil koesteren, is de angst voor het ï urksche fatalisme: zij meenen dat de mensch daardoor berustend en met gevouwen handen de toekomst zal tegemoet zien, daar hij toch niets aan haar vermag te veranderen; of ook, dat hij zijn wispelturigheid den vollen teugel zal vieren, aangezien door deze het eenmaal vastgestelde toch niet kan verergerd worden."

Maar het behoeft geen betoog, dat bij zulk een vrees een treurige verwarring plaats heeft tusschen determinisme en fatalisme. In plaats dat de deterministische zienswijze den mensch de handen in den schoot doet leggen, of hem aan zijn grillen en luimen doet botvieren, zal het veeleer omgekeerd hem aansporen tot een verhoogde krachtsinspanning ten goede, hem een sterk besef bijbrengend van de noodwendige gevolgen zijner daden, en hem ertoe voeren zooveel mogelijk voorbehoedende maatregelen te nemen tegen misdaad en ondeugd. Vandaar, dat vele moralisten, wel verre van de ontkenning van een vrijen wil te betreuren en aan te merken als een onherstelbaar verlies, die deterministische ontkenning veeleer beschou* wen als een onmisbare vooropstelling.

Even dwaas is het te meenen, dat voor den determinist de zedelijke waardeering zou verloren gaan. Evenmin toch als een aesthetische schoonheid wordt opgeheven, wanneer haar oorsprong is aangetoond, evenmin wordt zedelijke schoonheid teniet gedaan door eene blootlegging van de wijze waarop zij tot stand