Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menigte haar zedelijk gedrag en zedelijke voorstellingen bleef vastknoopen aan heteronome, van buiten af gegeven normen van imperatief karakter, in aansluiting aan de leeringen en voorschriften van staat, kerk en heerschende zeden. Want al moge er geen onverzoenlijke tegenstelling bestaan tusschen natuur en zedelijkheid, toch zullen voor een zedelijke gedraging vele aandriften moeten beheerscht en overwonnen worden. En aangezien nu zulk een zedelijk gedrag herhaaldelijk in botsing komt met allerlei zelfzuchtige neigingen en begeerten, is het noodig dat tegen die laatsten zeker tegenwicht besta, hetwelk aan de zedelijke voorschriften een bindende kracht vermag te verleenen. Reeds Locke stelde een drietal soorten van zedelijke wetten op, namelijk 1°. g o d d e 1 ij k e, voerende tot voorstellingen van plicht en zonde, 2°. b u r g e r 1 ij k e, voerende tot die van schuld en onschuld, en 3°. de openbare m e e n i n g, voerende tot die van deugd en ondeugd. Welnu, op soortgelijke wijze kan men zeggen, dat er drie machten zijn, die medewerken tot het nakomen der zedelijke voorschriften, en wel 1°. de godsdienst en de k e r k, o. a. met hare prediking van een leven hiernamaals, waarin de deugd beloond en de ondeugd bestraft wordt en dus een geluksstaat in 't vooruitzicht gesteld, die zich afmeet naar het zedelijk gehalte van den aardschen levenswandel ; 2°. het bestaande recht, beschikkend over straf- en dwangmiddelen, waarmede de staat in zijn buitengewone machtspositie den boosdoener treft, hem belem-

Sluiten